Modelspoorwijzer.net

Beveiliging: verschil tussen versies

Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 11: Regel 11:
 
Zowel voor het controleren van treinbewegingen van en naar een bepaald station, alsmede tussen twee stations, werd een extra element aan de beveiliging toegevoegd: de elektrische bloksloten. Met deze bloksloten werden verscheidene blokstelsels ontwikkeld, die ervoor zorgden dat zich geen twee treinen in hetzelfde blok konden bevinden.
 
Zowel voor het controleren van treinbewegingen van en naar een bepaald station, alsmede tussen twee stations, werd een extra element aan de beveiliging toegevoegd: de elektrische bloksloten. Met deze bloksloten werden verscheidene blokstelsels ontwikkeld, die ervoor zorgden dat zich geen twee treinen in hetzelfde blok konden bevinden.
  
[[Bestand:Klbev1.jpg|thumb|right|250px|Twee hoofdseinen en een rangeerstoplantaarn te Simpelveld. Auteur: Bjorn van der Meulen]]
+
[[Bestand:Klbev1.jpeg|thumb|right|250px|Twee hoofdseinen en een rangeerstoplantaarn te Simpelveld. Auteur: Bjorn van der Meulen]]
  
 
==Relaisbeveiliging==  
 
==Relaisbeveiliging==  

Versie van 15 feb 2014 om 23:02

Om een zekere treinenloop te garanderen, moet er een systeem zijn dat er voor zorgt dat treinen elkaar niet ongewild kunnen raken. Dit geheel van seinen, wisselstandcontroleurs etc. noemt men de beveiliging.

In het begin

In het begin van de spoorwegexploitatie was de beveiliging redelijk primitief; wissels werden ter plekke omgelegd en niet vergrendeld, seinen werden ook ter plekke bediend, en er was geen controle, dus fouten werden zo gemaakt.

(Elektro)mechanische beveiliging

Eind 19e eeuw besloot men, om de veiligheid te verbeteren, om het een en ander te gaan koppelen. Men voerde het principe van vastgelegde rijwegen in; pas als alle wissels in de goede stand lagen (en waren vergrendeld) voor een bepaalde rijweg, pas dan kon het sein voor die rijweg worden bediend. Door een soort mechanische computer (bijvoorbeeld de linialenkast) werd gecontroleerd of de wissels in de goede stand lagen; was dit niet het geval, was een wissel niet vergrendeld, of was aan een andere voorwaarde niet voldaan, kon de rijweg ook niet worden vastgelegd.

Zowel voor het controleren van treinbewegingen van en naar een bepaald station, alsmede tussen twee stations, werd een extra element aan de beveiliging toegevoegd: de elektrische bloksloten. Met deze bloksloten werden verscheidene blokstelsels ontwikkeld, die ervoor zorgden dat zich geen twee treinen in hetzelfde blok konden bevinden.

Twee hoofdseinen en een rangeerstoplantaarn te Simpelveld. Auteur: Bjorn van der Meulen

Relaisbeveiliging

Intussen is het relais uitgevonden; hiermee kon de mechanische rijwegcontrole vervangen worden door relaisschakelingen. Ook werden relais gebruikt voor spoorbezetmelding; dit vond zijn toepassing ook in automatische blokstelsels, waardoor blokposten overbodig werden. In Nederland kende men verschillende vormen van deze beveiliging; zoals NX, AR en CTC. In Duitsland kende men hier ook verschillende soorten van, zoals het SpDr60-systeem (West-Duitsland) of het EZMG-systeem (Oost-Duitsland).

Microprocessorbeveiliging

De technische ontwikkelingen stonden niet stil. Zodoende werd in de jaren '80 een nieuwe vorm van beveiliging geïntroduceerd; de microprocessorbeveiliging. Hierbij wordt de rijweglogica niet meer verzorgd door relais, maar door een (of meerdere) microprocessor(en). Dit heeft een aantal voordelen over de relaisbeveiliging, zoals het feit dat eventuele aanpassingen relatief makkelijk te implementeren zijn.

In model

Nederlandse armseinen worden geleverd door onder andere Henckens. Losse seinarmen worden ook geleverd door Philotrain, in zowel H0 als O. Nederlandse lichtseinen (stelsel 1955) worden door zowel Henckens als NSParts geleverd. Bedrijven als Viessmann leveren ook