Modelspoorwijzer.net

TALS, zelfbouwwagen voor het vervoer van kalk

Ga naar: navigatie, zoeken

Hieronder beschrijft Jakop de Bruin de verbouwing van een Talns naar een Tals. De basis voor de verbouwing zijn Duitse Talns968 door Roco uitgebracht in sets van 2 stuks onder artikelnummer 67000 en 67001.

Foto: Jakop de Bruin

Het onderstel

Foto: Jakop de Bruin

Eenmaal een set in huis was demonteren stap één. De buffers bleken aan de bak te zitten en niet aan het cassis. Dat was jammer, maar op te lossen door bufferbalken te maken aan de uiteinden van het chassis. Om op de juiste LOB (154,5mm) uit te komen, moet het chassis met 20 mm worden verlengt. Doordat de nieuwe bufferbalken op het chassis worden gelijmd, elk 0,5 mm dik, komt de wagen dan uit op de gewenste lengte. Omdat dit verlengen alleen zichtbaar is als de wagon omgekeerd wordt, heb ik dit van een plaatje styreen gemaakt van 1,5 mm dik. Het chassis is doorgesneden en ontdaan van uitstekende onderdelen; 6 ‘klikpunten’ waar de bak mee vast zat en wat uitsteeksels t.b.v. de ketels van het remwerk. Het plaatje styreen wordt er tussen gelijmd met Bison seconden-gel op een mal die er voor zorgt dat het recht aan elkaar gelijmd wordt. Een stukje dun tijdschriftenpapier er onder zorgt er voor dat het chassis niet aan de mal gelijmd wordt. Om dit te verstevigen en om een constructie te maken waarmee de bak opnieuw aan het chassis te bevestigen is, heb ik aan de bovenkant van het chassis nog een strook styreen gelijmd. Hierin zitten 2 gaten waar de boutjes doorheen gaan die straks de bak vastzetten op het chassis.

Foto: Jakop de Bruin

De nieuwe bufferbalken worden gemaakt van 0,5 mm dik styreen wat op de vlak gemaakte ‘kop’ van het frame wordt gelijmd. Het frame is aan de uiteinden 17 mm breed, de bufferbalk 34 mm. Naast het frame wordt de bufferbalk opgedikt met nog eens 0,5 mm styreen zodat het gat voor de bevestiging van de buffer in 1 mm dik styreen komt. De buffers moeten aan de achterkant een stukje worden afgesneden zodat ze vlak komen te liggen met de achterkant van de bufferbalk.

De bordessen

Foto: Jakop de Bruin
Foto: Jakop de Bruin

Het typerende van de Tals-y zijn de enorme bordessen. Vergeleken met ander goederenwagens veel groter en voorzien van een soort van trappen aan weerszijden in plaats van opstaptreden. Om dit weer te geven zal er een ‘vloer’ gemaakt moeten worden, een hekwerk en de voorgenoemde trapjes. Van de originele onderdelen is niets te gebruiken. Het hekje heeft een andere vorm en is te klein. Het nieuwe hekwerk heb heb ik gemaakt van de kern van ordinair 2 aderig beldraad. Deze massieve kern is ø 0,6 mm. Om de draad steviger te maken heb ik eerst een uiteinde in een bankschroef gezet en het andere eind met een schroef-boormachine gedraaid. Onderwijl de draad gespannen houden en je krijgt een stevige rechte draad. De maat van het hek is geen exacte wetenschap. De hoogte is af te leiden vanaf een tekening uit het boek Spoorweg materieel in Nederland van Gerrit Nieuwenhuizen en Hans Nahon. De breedte is een inschatting evenals de positie van tussenstijltjes. Om 12 keer eenzelfde hekje te kunnen maken heb ik een soldeermal gemaakt op een stukje mdf. De draad haak ik om een spijkertje en trek die dan strak om spijkers die de buitenhoeken van het hekje bepalen. Als eerste daarna de horizontale stang erin gesoldeerd en daarna de verticale kleinere stukjes. Deze hekjes worden met de seconden-gel aan de bufferbalk gelijmd. Ook dit weer d.m.v. een mal zodat elk hek exact hetzelfde op de bufferbalk komt. De gelijmde verbinding is niet supersterk maar zorgt er dan wel weer voor dat bij een ontsporing realistische schade ontstaat. Bufferbalk met hek wordt daarna met een malletje aan het chassis gelijmd.

Foto: Jakop de Bruin

De trapjes aan weerszijden zijn van hetzelfde messing draad gemaakt. Gebogen en 1 trede er in gesoldeerd op een soldeermalletje. Ook deze trappen worden met dezelfde secondelijn aan bufferbalk en chassis gelijmd.

Foto: Jakop de Bruin

Tijdens de bouw van de serie van 5 wagens zijn er nog treden toegevoegd van styreen strookjes van 9 x 1,5 x 0,25 mm op het messing trapje. Deze waren op het prototype, foto bovenaan in dit bericht, nog niet aangebracht. Het plateau van het bordes, gemaakt van verpakkingsband met ‘wiebertjesmotief’, is hoger aangebracht dan op schaal zou moeten. Dit, omdat het kortkoppelingsmechaniek, wat bij het originele model onder de bak functioneerde, nu onder het bordes zit. Door het hekje ook iets te hoog te maken valt het minder op. Het plateau ligt op twee I-balkjes van 1,5 mm hoog. Één is in het midden onderbroken vanwege voornoemde kortkoppelingsmechaniek.

De bak

Foto: Jakop de Bruin

Nadat de bak is ontdaan van alle losse onderdelen, kan ook de bovenkant voorzichtig losgewrikt worden. De scharnieren van de klep aan de uiteinden moeten wel voorzichtig losgemaakt worden van de onderbak. De bovenkant kan worden weggelegd, hier hoeft niets aan te veranderen.

Foto: Jakop de Bruin

De onderkant moet wel stevig onderhanden genomen worden. Tussen de kleppen zitten een soort van trapjes. Dat zijn gelukkig losse onderdelen en kunnen er gemakkelijk tussenuit gewipt worden. Hierdoor komen de kleppen visueel wat verder van elkaar af. Dat is meteen een grote afwijking tussen de Tals-y en de donor: de afstand tussen de kleppen. Deze moet eigenlijk nog groter zijn dan het bij het model is. Jammer...het is niet anders. Aan de onderkant van de kleppen zitten sluitstangen; deze kunnen er afgesneden worden. Aan de uiteinden van de kleppen zitten uitstekende delen die er ook afgesneden moeten worden. Hetzelfde geldt voor wat uitsteeksels aan de bovenhoeken van de onderbak.

Foto: Jakop de Bruin

Doordat het onderstel langer geworden is en onder de bak gaat uitsteken, moeten de kopeinden van de onderbak aangepast worden. Met een slijpschijf in de proxxon wordt het meeste weggesneden. De rest volgt met een vijltje. Als laatste worden de opschriften nat weggeschuurd met fijn schuurpapier P1200 en dan kan er begonnen worden aan opbouwen van de bak. Één uiteinde van de bak heeft een schuin naar binnen lopend vlak. De Tals-y heeft rechte kopeinden, dus moet hier iets aan gebeuren. Na twee onbevredigende pogingen dit te realiseren bij het prototype kwam ik op de volgende simpele oplossing. Onderaan het schuine vlak wordt een stripje styreen van 1,5 x 1,5 mm gelijmd als een steuntje voor een exact op maat gemaakt plaatje styreen dikte 0,25 mm. Toen het plaatje voor het prototype op maat was, heb ik die meteen als mal gebruikt voor de volgende wagens. Dit plaatje wordt en in gelijmd en naderhand bruin geschilderd met Humbroll 133, niet exact dezelfde kleur bruin, maar omdat de wagen kalkwit wordt geen probleem.

Foto: Jakop de Bruin

Om de kleppen meer op de Tals-y kleppen te laten lijken wordt er een stripje styreen 1,5 x 1,5 mm onderaan de kleppen gelijmd Door het stripje worden de kleppen ook lager wat ook weer meer in overeenstemming met de voorbije werkelijkheid is. De strippen worden daarna ook voorzien van een laagje bruine verf. Om de bak op het onderstel te bevestigen heb ik al 2 gaten in het onderstel geboord voor 2 boutjes. De afstand van de gaten is exact de afstand tussen 2 gietpunten van de bak. Daar heb ik gaten in geboord van ø 3 mm zodat een M2,5 boutje er doorheen past. Aan de bovenkant van het gat moertjes vastgelijmd met seconden-gel. De boutjes steken straks door de gaten van het onderstel, door de gaten in de bak in de moertjes.

Foto: Jakop de Bruin

Nu worden de wagens uiteindelijk wel bijna geheel wit, maar de oude DB-opschriften moeten daar niet doorheen schijnen. Nat schuren met P1200 schuurpapier en ze verdwijnen. Hier en daar ga ik ook door de dunne bruine verf heen maar gelukkig is het kunststof ook donker bruin en zie je er helemaal niets meer van als eenmaal de witte 'kalklaag' er overheen gaat. De handgrepen op de koppen van de bakken zitten bij de Tals-y hoger als bij het Roco model. Op de juiste hoogte nieuwe gaten boren en de handgreepjes er in lijmen lost dat verschil op. Op de plaats waar de handgrepen zaten, zat bij de Tals-y een hendel die aangaf of de klep vergrendeld was. Op één foto zag ik dat die geel waren, wat daar dan nog van te zien is.. Door de opstaptreden van het originele model van de voetplaat te ontdoen, blijft er een gebogen 'hendel' met een bevestigingspinnetje over. Deze heb ik geel aangezet en in het bovenste gat van de originele handgreep positie gelijmd.

De opschriften

Foto: Jakop de Bruin

De opschriften van dergelijke altijd sterk vervuilde wagens is een probleem. In principe zou dat op de bruine wagon met witte letters en cijfers zijn, maar het de kalkvervuiling is dat onleesbaar. De huidige generatie kalkwagens heeft platen met de opschriften in reliëf om ze leesbaar de houden. Bij de Tals-y zou dat met gele emaille platen zijn gedaan. Ik heb daar pas na de bouw van deze modellen foto’s van kunnen vinden. Van de witte borden met zwarte opschriften van latere datum wel. Waarschijnlijk een modernere versie van de voornoemde gele emaille borden. Het probleem is wel dat ze vrijwel onleesbaar zijn. slechts één foto was er op internet te vinden waar het grote bord voor ca. 60% leesbaar zichtbaar was. de rest van dat bord was een puzzel, het tweede kleiner bord helemaal een raadsel. Een vriend van me kwam op het idee een licht op te steken bij Hans Nahon, mede schrijver van het boek waar de tekening van de wagen in staat en veel informatie voor de bouw en dit artikel uit afkomstig is. Hans had inderdaad 2 prima foto’s van beide borden zodat de decals getekend konden worden. Ik heb ze getekend met DraftSight (gratis CAD-programma) en afgedrukt met een laserprinter. De maatvoering is een combinatie van de breedte-hoogte verhouding aanhouden en kijken wat er past op het model aangezien de kleppen anders zijn dan in werkelijkheid. Ze worden aangebracht voordat de wagens wit worden gespoten aangezien ze ook onder de laag kalk zitten.

Foto: Jakop de Bruin

De wielen

Foto: Jakop de Bruin

De wielstellen van het prototype heb ik eerst een roestkleurige drybrush gegeven. Na het wit spuiten zag je daar niets meer van, dus heb ik de drybrush bij de anderen weggelaten. De kalk wordt hier ook verbeeld door een net niet dekkende laag witte Tamiya grondverf. De wielen zijn eerst voorzien van een laagje roestbruin Humbroll 113 en na droging daarvan van een drybrush met witte verf.

Dan rest er niets anders alles weer te monteren en er weer complete wagens van te maken die overigens niet meer in de originele verpakking passen. Ook daar is nog een kleine verbouwing nodig. Na heel wat uurtjes werk rijdt er, i.c.m. met de Roco grijze Fals-z en bollenwagens, een fraaie drieproductentrein op mijn modeltreinbaan rond.

Foto: Jakop de Bruin