Modelspoorwijzer.net

TALS, zelfbouwwagen voor het vervoer van kalk: verschil tussen versies

Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 35: Regel 35:
  
 
==De bak==
 
==De bak==
 +
[[Bestand:FOTO8 1425583124.JPG|thumb|right|350px|Foto: Jakop de Bruin]]
 +
Nadat de bak is ontdaan van alle losse onderdelen, kan ook de bovenkant voorzichtig losgewrikt worden. De scharnieren van de klep aan de uiteinden moeten wel voorzichtig losgemaakt worden van de onderbak. De bovenkant kan worden weggelegd, hier hoeft niets aan te veranderen.
 +
<br clear="right">
 +
[[Bestand:FOTO9 1425583311.jpg|thumb|left|350px|Foto: Jakop de Bruin]]
 +
De onderkant moet wel stevig onderhanden genomen worden. Tussen de kleppen zitten een soort van trapjes. Dat zijn gelukkig losse onderdelen en kunnen er gemakkelijk tussenuit gewipt worden. Hierdoor komen de kleppen visueel wat verder van elkaar af. Dat is meteen een grote afwijking tussen de Tals-y en de donor: de afstand tussen de kleppen. Deze moet eigenlijk nog groter zijn dan het bij het model is. Jammer...het is niet anders.
 +
Aan de onderkant van de kleppen zitten sluitstangen; deze kunnen er afgesneden worden. Aan de uiteinden van de kleppen zitten uitstekende delen die er ook afgesneden moeten worden. Hetzelfde geldt voor wat uitsteeksel aan de bovenhoeken van de onderbak.
 +
<br clear="left">
  
 
Wordt vervolgd.
 
Wordt vervolgd.
  
 
[[Categorie:Technieken]]
 
[[Categorie:Technieken]]

Versie van 12 mrt 2015 om 16:27

Hieronder beschrijft Jakop de Bruin de verbouwing van een Talns naar een Tals. De basis voor de verbouwing zijn Duitse Talns968 door Roco uitgebracht in sets van 2 stuks onder artikelnummer 67000 en 67001.

Foto: Jakop de Bruin

Het onderstel

Foto: Jakop de Bruin

Eenmaal een set in huis was demonteren stap één. De buffers bleken aan de bak te zitten en niet aan het cassis. Dat was jammer, maar op te lossen door bufferbalken maken aan de uiteinden van het chassis. Om op de juiste LOB (154,5mm) uit te komen, moet het chassis met 20 mm worden verlengt. Doordat de nieuwe bufferbalken op het chassis worden gelijmd, elk 0,5 mm dik, komt de wagen dan uit op de gewenste lengte. Omdat dit verlengen alleen zichtbaar is als de wagon omgekeerd wordt, heb ik dit van een plaatje styreen gemaakt van 1,5 mm dik. Het chassis is doorgesneden en ontdaan van uitstekende onderdelen; 6 ‘klikpunten’ waar de bak mee vast zat en wat uitsteeksels t.b.v. de ketels van het remwerk. Het plaatje styreen wordt er tussen gelijmd met Bison seconden-gel op een mal die er voor zorgt dat het recht aan elkaar gelijmd wordt. Een stukje dun tijdschriftenpapier er onder zorgt er voor dat het chassis niet aan de mal gelijmd wordt. Om dit te verstevigen en om een constructie te maken waarmee de bak opnieuw aan het chassis te bevestigen is, heb ik aan de bovenkant van het chassis nog een strook styreen gelijmd. Hierin zitten 2 gaten waar de boutjes doorheen gaan die straks de bak vastzetten op het chassis.

Foto: Jakop de Bruin

De nieuwe bufferbalken worden gemaakt van 0,5 mm dik styreen wat op de vlak gemaakte ‘kop’ van het frame wordt gelijmd. Het frame is aan de uiteinden 17 mm breed, de bufferbalk 34 mm. Naast het frame wordt de bufferbalk opgedikt met nog eens 0,5 mm styreen zodat het gat voor de bevestiging van de buffer in 1 mm dik styreen komt. De buffers moeten aan de achterkant een stukje worden afgesneden zodat ze vlak komen te liggen met de achterkant van de bufferbalk.

De bordessen

Foto: Jakop de Bruin
Foto: Jakop de Bruin

Het typerende van de Tals-y zijn de enorme bordessen. Vergeleken met ander goederenwagens veel groter en voorzien van een soort van trappen aan weerszijden in plaats van opstaptreden. Om dit weer te geven zal er een ‘vloer’ gemaakt moeten worden, een hekwerk en de voornoemde trapjes. Van de originele onderdelen is niets te gebruiken. Het hekje heeft een andere vorm en is te klein. Het nieuwe hekwerk heb heb ik gemaakt van de kern van ordinair 2 aderig beldraad. Deze massieve kern is ø 0,6 mm. Om de draad steviger te maken heb ik eerst een uiteinde in een bankschroef gezet en het andere eind met een schroef-boormachine gedraaid. Onderwijl de draad gespannen houden en je krijgt een stevige rechte draad. De maat van het hek is geen exacte wetenschap. De hoogte is af te leiden vanaf een tekening uit heb boek Spoorweg materieel in Nederland van Gerrit Nieuwenhuizen en Hans Nahon. De breedte is een inschatting evenals de positie van tussenstijltjes. Om 12 keer een zelfde hekje te kunnen maken heb ik een soldeermal gemaakt op een stukje mdf. De draad haak ik om een spijkertje en trek die dan strak om spijkers die de buitenhoeken van het hekje bepalen. Als eerste daarna de horizontale stang er in gesoldeerd en daarna de vertikale kleinere stukjes. Deze hekjes worden met de seconden-gel aan de bufferbalk gelijmd. Ook dit weer d.m.v. een mal zodat elk hek exact hetzelfde op de bufferbalk komt. De gelijmde verbinding is niet supersterk maar zorgt er dan wel weer voor dat bij een ontsporing realistische schade ontstaat. Bufferbalk met hek wordt daarna (het wordt vervelend) met een malletje aan het chassis gelijmd.

Foto: Jakop de Bruin

De trapjes aan weerszijden zijn van dezelfde messing draad gemaakt. Gebogen en 1 trede er in gesoldeerd op een soldeermalletje. Ook deze trappen worden met dezelfde secondelijn aan bufferbalk en chassis gelijmd.

Foto: Jakop de Bruin

Tijdens de bouw van de serie van 5 wagens zijn er nog treden toegevoegd van styreen strookjes van 9 x 1,5 x 0,25 mm op het messing trapje. Deze waren op het prototype, foto bovenaan in dit bericht, nog niet aangebracht. Het plateau van het bordes, gemaakt van verpakkingsband met ‘wiebertjesmotief’, is hoger aangebracht dan op schaal zou moeten. Dit, omdat het kortkoppelingsmechaniek, wat bij het originele model onder de bak functioneerde, nu onder het bordes zit. Door het hekje ook iets te hoog te maken valt het minder op. Het plateau ligt op twee I-balkjes van 1,5 mm hoog. Één is in het midden onderbroken vanwege voornoemde kortkoppelingsmechaniek.

De bak

Foto: Jakop de Bruin

Nadat de bak is ontdaan van alle losse onderdelen, kan ook de bovenkant voorzichtig losgewrikt worden. De scharnieren van de klep aan de uiteinden moeten wel voorzichtig losgemaakt worden van de onderbak. De bovenkant kan worden weggelegd, hier hoeft niets aan te veranderen.

Foto: Jakop de Bruin

De onderkant moet wel stevig onderhanden genomen worden. Tussen de kleppen zitten een soort van trapjes. Dat zijn gelukkig losse onderdelen en kunnen er gemakkelijk tussenuit gewipt worden. Hierdoor komen de kleppen visueel wat verder van elkaar af. Dat is meteen een grote afwijking tussen de Tals-y en de donor: de afstand tussen de kleppen. Deze moet eigenlijk nog groter zijn dan het bij het model is. Jammer...het is niet anders. Aan de onderkant van de kleppen zitten sluitstangen; deze kunnen er afgesneden worden. Aan de uiteinden van de kleppen zitten uitstekende delen die er ook afgesneden moeten worden. Hetzelfde geldt voor wat uitsteeksel aan de bovenhoeken van de onderbak.

Wordt vervolgd.